notitie
naar een
Nederlands-internationaalNederlands initiatief
voor een internationaal
systeembiologie Silicon
Cells initiatiefprogramma Silicon Cells
acroniem: SiC
29 maartapril 2002
<<versie RvD/HWf, 29-318-4-02>>
initiatiefnemers
prof. Dr Hans V. Westerhoff
prof. Dr Rienk van Grondelle
prof. Dr Sef Heijnen
prof. Dr Roel van Driel
voorlopig
contactadres
<<tot
Hans terug is>>
R. van Driel
Swammerdam Inst. voor Levenswetenschappen
Kruislaan 318
postbus 94062
1090 GB Amsterdam
tel 020-525.5150
fax 020-5252.7924
e-mail van.driel@science.uva.nl
Naar een Nederlands internationaal Silicon CellsSysteembiologie initiatief
1. Doel en kansen
Doel van deze notitie is te komen tot een plan van aanpak voor het starten
van een internationaal programma op het terrein van de moleculaire
systeembiologie, onder de titel Silicon Cells (SiC) met Nederlandse groepen als
voortrekkers. In eerste instantie zal dit initiatief moeten resulteren in een
aanvraag in het kader van het Europese Zesde Kaderprogramma (EU-KP6). Echter,
de ambitie op wat langere termijn is opzetten van een programma waarin
inspanningen in Europa, de Verenigde Staten, Japan en Zuidafrika worden
gecoördineerd.
Nederland heeft een lange wetenschappelijke traditie in de celfysiologie,
overgaand in wat nu beschreven kan worden als systeembiologie. Hierbij gaat het om het kwantitatief in kaart
brengen van complexe biologische systemen in termen van chemische omzettingen en fysische interacties. Het ultieme doel
hierbij is het incorporeren van alle processen in de levende cel. Daarmee wordt
de basis gelegd voor het werkelijk begrijpen van het complexe netwerk van
processen dat we in de wandeling ‘Leven’
noemen.
Door de mogelijkheden die door de moderne ‘genomics’ benaderingen geboden
worden komt het biologisch onderzoek in een geheel nieuwe fase. Een aantal
groepen in en buiten
Nederland is begonnen de systeembiologie op een geheel nieuwe leest te
schoeien. Waar systeembiologie zich
voorheen bezig hield met het modelmatig uitzoeken van welke
systeemeigenschappen in de biologie in potentie mogelijk zijn, daar kan men nu
'simpelweg' uitrekenen welke systeemeigenschappen de biologie werkelijk heeft.
Dit geldt op dit moment natuurlijk pas voor subsystemen van beperkte omvang in
de cel (bijv. de glycolyse en EGF geinitieerde signaaltransductie), omdat
m.b.t. de meeste cel-onderdelen onvoldoende moleculaire eigenschappen bekend
zijn. Maar vanwege de vele gegevens die met toenemende snelheid uit de
functionele genomics programma’s komen, breiden de mogelijkheden zich bijzonder
snel uit. Het initiële werk vindt
plaats in het gebied van signaal transductie- en metabole netwerken in relatief
eenvoudige levende cellen (E.coli,
gist). Nederlandse groepen spelen in dit veld een leidende rol. Een Nederlandevan de initiatiefnermers van deze notitie (<<<HVW??JA, maar ik
weet niet of we dit willen explicteren; het gaat er nl om dat het een
Nederlander was, niet om wie>>>) (HVW) was een van de zeer
weinige Europese hoofdsprekers (naast bijv. Alfred Gilman) op het recente
System Biology congres in Pasedena.
Het EU-KP6 programma biedt qua toonzetting van de komende call for
proposals uitstekende mogelijkheden voor het Silicon Cells initiatief, met
Nederland als voortrekker. Als voorbereiding zal een Europese workshop worden
georganiseerd, waarin de precieze opzet van het initiële Europese Silicon Cells programma vastgesteld
gaat worden. Doel van deze notitie is een aantal Nederlandse onderzoekers,
instanties en bedrijven te betrekken bij dit Silicon Cells initiatief, zodat we
in de Europese arena als ‘Bb.Vv. Nederland’ kunnen
optreden. Daartoe
zal begonnen worden om op heel korte termijn een netwerk van gelijkgestemden
binnen Nederland op te zetten.
2. Silicon Cells: moleculaire systeembiologie
Ondanks grote successen in de moleculaire biologie en in de celbiologie,
zijn we nog steeds niet in staat wetenschappelijk te begrijpen hoe een levende
cel functioneert. Terwijl we vele
bouwstenen van de levende cel nu redelijk kennen, wordt de dynamische bedrading
van het cellulaire netwerk pas nu in kaart gebracht. Om het cellulaire functioneren, en de basis van zo typische
biologische robuustheid en adaptatie hard
te doorgronden, moeten de protocollen volgens welke macromoleculen in
interactie gaan, bepaald worden. Omdat
het gaat om vele paralelleparallelle en verknoopte interacties op
verschillende tijdschalen (van microsecondes binnen macromoleculaire complexen,
tot uren op genexpressie niveau), kan slechts een computation-assisted benadering uitweg bieden.
Moleculaire systeembiologie is het wetenschapsgebied dat
zich richt op dit samenspel tussen (meestal grote aantallen) op zichzelf vaak
relatief eenvoudige fysische en chemische processen dat resulteert in het
complexe gedrag van levende organismen. In het geval van het Silicon Cells
initiatief is dit de Levende Cel.
De Silicon Cells aanpak integreert
bioinformatica, genomics, proteomics en metabolomics met de meer klassieke
aanpak in de biomoleculaire wetenschappen. Het gaat om het onderzoeksveld waar
kwantitatieve experimenten in de levende
cel hand in hand gaan met het mathematische modelleren van hoe de
moleculaire processen die levende cel haar specifieke eigenschappen geven. Het woord 'Silicon' in Silicon Cells geeft
aan dat het uiteindelijk gaat om een exacte replicon replica van het levende systeem in de
computer. Het kloppend krijgen van de
voorspellingen van dezeit
replicaon
met nieuwe celfysiologische experimenten zal het uiteindelijke, bikkelharde
kwaliteitscriterium in dit programma zijn.
Aanvankelijk zal het voornamelijk gaan om metabole en signaal
transductie netwerken. Echter, in de komende vijf jaren is een snelle
ontwikkeling te verwachten naar het verder integreren van netwerksystemen in
supernetwerken die uiteindelijk alle processen in de levende cel omvatten. Grote complexen van transcriptiefactoren,
alsook structuurvorming in membranen en ‘cytosol’, staan dan ook op de
onmiddellijke agenda.
Het is van belang het onderscheidde complementariteit te
benadrukken tussen de klassieke systeembiologie en de moleculaire biologie aan
de ene kant, en de Silicon Cells/moleculaire
systeembiologie aan de andere. De
klassieke systeembiologie beschouwde een biologisch systeem als een zwarte doos
en bepaalde experimenteel de transferfuncties tussen input en output. Daarbij werd geen rekenschap gegeven van de
macromoleculaire mechanismen die aan deze transferfuncties ten grondslag
liggen. Dit maakte de klassieke
systeembiologie on-fysisch
en on-chemisch. De moleculaire biologie (en biochemie en
molecuulbiofysica) beschouwden enkele macromoleculen
in afzondering van elkaar,
en kwamenkomt niet toe aan het
echt begrijpen van hoe zo’n een macromolecuul in de dynamisch reciproke
context van de levende cel tot biologische functie komt. Deze beperking kwam voort uit het feit dat
onbekende componenten nog steeds een belangrijke rol speelden
in de levende cel, zodat verklaringen nooit sluitend gemaakt konden
worden. Dit was frusterend omdat veel
van het gedrag van macromoleculen mede bepaald wordt door hun dynamische
omgeving. Het beschikbaar komen van de
complete genoomsequenties van levende cellen met de daaropvolgende functionele
genomics programma’s heffen deze beperkingen nu in hoog tempo op. De hier voorgestelde moleculaire systeembiologie wil dan ook het systeemgedrag van een
beperkt aantal goed te karakteriseren levende cellen verklaren uit het
dynamisch gedrag van zijn macromoleculen, met als keihard criterium het
succesvol voorspellen cellulair gedrag onder fysiologische, biotechnologische
en pathologische omstandigheden.
3. Waarom moet Nederland een leidende rol spelen
Nederland heeft een lange traditie op fysiologisch gebied, een heel goede
moleculair biologische en biochemische expertise, zeer goede modelleer- en
rekenvaardigheden, een internationale
faam op het gebied van Silicon Cells, de neiging om niet alleen te concurreren
maar ook samen te werken, alsmede een biotechnologisch innovatief
bedrijfsleven.
4. Waarom we snel moeten handelen:
stormachtige internationale ontwikkelingen op dit terrein
In de Verenigde Staten en Japan wordt
gewerkt aan vergelijkbare initiatieven voor het ‘uitrekenen’ van de levende
cel. Het Cell Signalling initiatief van
Alfred Gilman richt zich op het inzamelen van kwantitatieve experimentele
gegevens met als doel zo snel mogelijk een computermodel van celsignalering
systemen te maken. Leroy Hood heeft vorig jaar een geheel nieuw instituut
opgericht om aan systeembiologie te doen.
Bernard Pallson doet hetzelfde in Zuid California. Het Virtual
Cell initiatief in Chicago verzorgt rekenprogramma’s en databases die ten
behoeve van celmodellen gebruikt kunnen worden. Het Japanse E-cell programma
treedt niet erg in de openbaarheid, maar sluit aan bij de biochemische en
fysische realiteit van de levende cel; al lijkt het meer te gaan om een
fenomenologische beschrijven van celgedrag.
Canada staat op het punt het Cybercell initiatief te starten.
In Europa pakt men deze draad nu ook op.
Het Duitse ministerie voor ontwikkeling en onderzoek heeft op 4 maart
jongstleden een 50 M€ subsidieronde gestart voor systeem biologie met focus op
de levercel. Het Max-Planck Gesellschaft bereidt een groot initiatief voor op
het gebied van cellulaire complexiteit.
In Heidelberg gaat een wiskundig instituut met
vele tientallen medewerkers zich richten op de wiskunde van de levende
cel. De Fransen zijn bezig met een
initiatief tot aanzienlijke verbreding van de bioinformatica. In het Verenigd
Koninkrijk heeft de BBSRC zojuist twee subsidierondes uitgezet betreffende functional
genomics in een Silicon Cells-achtige context.
Nederlandse wetenschappers worden bij
vrijwel al deze initiatieven ingeschakeld als externe experts. Soms is hun rol daarbij indringend, zoals
bij het Duitse BMBF initiatief waar twee (JJH en HVW) van de zes leden van het
beslissende comité Nederlander zijn (naast een Oostenrijker en drie Duitsers].
De voordracht van één van de twee Nederlandse experts werd enthousiast
ontvangen met de opmerking: ‘zo moet het!’ <<<wie kan dat
geweest zijn?? Wff; Heijnen gaf geen
voordracht>>>.. Expliciet wordt gevraagd om een Nederlandse rol bij
een Europees systeembiologie programma, vanwege de prominente rol die een
aantal Nederlanders spelen in de relevante onderzoeksgebieden. De vraag is waarom Nederland slechts een ondergeschikte rol zou
willen spelen, waar zij trekker zou kunnen zijn.
5. Utilisatie en de betrokkenheid van het bedrijfsleven
Bij de eerste fase van de ontwikkeling van
genomics programma’s (het bepalen van de basenvolgordes) is het bestaande internationale
bedrijfsleven zo goed als afwezig geweest . Nieuwe bedrijven zijn in dit vacuum
gestapt, en worden nu zo langzamerhand door de grote oude industrie opgeslokt.
Bij de ontwikkeling van programma’s op het terrein van de systeembiologie,
zoals het Silicon Cells initiatief, lijkt dat anders te gaan. Merck is
bijzonder
geinteresseerd en in feite geïnvolveerd in
het Duitse Systeembiologie programma (de vice-voorzitter komt van Merck). Bayer heeft een grote groep werken aan een
‘silicon’ gistcel. DSM, Purac en
Unilever zijn sterk geïnteresseerd in de Nederlandse in het Nederlandse Silicon
Cells initiatief, met name wat betreft het volledig begrijpen van de gistcel.
Los van deze industriële interesse, is er
opnieuw de situatie dat het belang waar het hierom gaat te hoog is voor elke
bestaande industrie (net als bij de humane genoom sequentie). In het Duitse initiatief heerst
daadwerkelijk een ‘man-on-the-moon’ gedachte dat het zal gaan lukken om een
rekenmodel van de hepatocyt te maken. Wellicht moet dat nog 10 jaar duren, maar
dan zullen de effecten en omzettingen van vele geneesmiddelen in de lever,
alsook leverregeneratie na hepatitis of alcoholmisbruik ‘gewoon uitgerekend’
kunnen worden.
Het moge duidelijk zijn dat de economische
belangen van het Silicon Cells initiatief op korte en middellange termijn zeer
groot zijn. Resultaten van dit soort systeembiologische benaderingen zullen een
zeer grote impact op de biomedische, farmaceutische en biotechnologische
industrie hebben en zullen op termijn met name grote delen van de medische
wereld omvormen van een nu nog vooral empirische naar een exacte wetenschap.
6. Het multidisciplinaire Silicon Cells
initiatief sluit nauw aan bij bestaande Nederlandse prioriteitenprogramma’s
Het Silicon Cells initiatief sluit nauw aan bij en integreert Nederlandse
prioriteiten op de terreinen van de bioinformatica, genomics, ‘biology driven’
fysica en computational science, nanotechnologie. Tegelijkertijd zal het
Silicon Cells initiatief een aantal belangrijke medische aspecten
omvatten. Het initiatief betreft dan
ook vele disciplines waaronder wiskunde [statistiek, logica, numerieke
wiskunde], informatica [o.a. artificiele intelligentie], natuurkunde (biofysica;
complexe systemen], scheikunde [analytische chemie, biochemie, farmacochemie],
biologie [moleculaire biologie, fysiologie, ecologie, genetica, neurobiologie],
geneeskunde [tumorcel biologie, multifactoriele ziekteleer], sociologie
[sociologische ‘wetten’ in de levende cel, natuurwetenschap en samenleving],
filosofie [wetenschapsfilosofie]. Dit
is ook de reden dat het juist in Nederland door een breed wetenschappelijk
front gedragen kan worden.
7. Strategie
stap1 Oprichting
van een ad hoc comité Silicon Cells, bestaande uit prof. Dr Hans Westerhoff
(VU), prof. Dr Roel van Driel (UvA), prof Dr. Sef Heijnen (TUD), prof. Dr Rienk
van Grondelle (stap 1is
uitgevoerd)KLOPT DIT WEL; IK HEB SEF PAS ZOJUIST GEVRAAGD ; NOG GEEN
ANTWOORD; HEN JIJ Rienk gevraagd??
stap 2 Polsen van NWO
(incl. FOM), TNO en het Nederlandse bedrijfsleven, met name Unilever, DSM,
Heineken, Philips, Organon en Purac/CSM. Deze consultaties zullen leiden tot
een uitvoerend comité voor het Silicon Cell programma. (stap 2 moet in april mei 2002 zijn
afgerond)
stap 3 Opzetten
van een Silicon Cells workshop waarvoor prominente
Europese spelers Profit en non-profit) op dit terrein worden uitgenodigd en
waarbij de basis gelegd wordt voor een grootschalig EU-KP6 programma. (stap 3 zal in mei 2002 worden gezet)
stap 4 Opstellen en
indienen van een EU-KP6 programma.