VU Ttopmaster
Biomolecular
Integration
/ Systems
Biology
CRBCS,
vrije Universiteit Amsterdam; een blauwdruk
[5421--43-2004]TopmasterBMISBNL25.doc
De
wetenschappelijke basis: toponderzoekcentrum CRBCS
Internationale
zusteropleidingen
Verhouding
tot andere masteropleidingen
Internationaal
onderzoeksproject
Wetenschappelijke
voordrachten
Virtuele
en actuele aanwezigheid
Doelgroep,
ingangseisen en selectie
Deeltijd-,
en combinatievarianten
Kosten
van de opleiding voor de student en beurzen
Bestuur
en kwaliteitsborging opleiding
Bestuur
en coördinatie van MSc-opleiding
Verdere
informatie en inschrijving
Inbedding
Het wetenschapsgebied
De wetenschappelijke basis: toponderzoekcentrum
CRBCS
Zustertopopleidingen
Onderzoekschool
Verhouding tot andere masteropleidingen
De opleiding
Curriculum
Voorportaalcursus:
Centrale cursus:
Wetenschap communiceren
Internationaal onderzoeksproject:
Scientific seminars (3 ECTS)
Scientific conference (2 ECTS)
Reflectie (6 ECTS)
Examen (5 ECTS)
Toelichting op het curriculum
Docentenkeus
Seminars
Werkbesprekingen
Studiegroep
Tijdsduur
Virtuele en actuele aanwezigheid
Taal
Bedrijfsleven
Organisatie van de
opleiding
Doelgroep, ingangseisen en selectie
Grootte van de opleiding
Deeltijd-, en combinatievarianten
Eindtermen van de opleiding
Persoonlijke begeleiding
Carrièreplanning
Kosten van de opleiding voor de student en beurzen
Bestuur en kwaliteitsborging opleiding
Directeur en mastercoördinator
De kerndocenten
Internationale docenten
Internationale adviescommissie
Opleidingscommissie
Examencommissie
Met het beschikbaar komen
van de sequenties van complete genomen, alsook van de mogelijkheid om
veranderingen in de hoeveelhedenabundanties
van alle mRNAs, eiwitten en metabolietmoleculen te meten, is er opeens de
mogelijkheid een toenemende behoefte om hiermee begrip van het (dyswan)functioneren
van levende cellen en organismen nu ook echt te gaan begrijpen. te oogstenDit begrijpen. zal leiden tot een sterk verbeterde
bestrijding en behandeling van ziektes, een veel betere,
goedkopere en veiligere productie van vele voedingsstoffen
en chemische stoffen door levende organismen, enalsook
een verminderde belasting van het milieu. Daarboven geldt dat het ultieme doel van de
Biologie, het begrijpen van het verschijnsel ‘Leven’ zelf, binnen handbereik
ligt.
Hetzelfde geldt voor een belangrijk
doel der natuur- en scheikunde, te weten
het het begrijpen van de moleculaire
processen die ten grondslag liggen van het leven. De nu
komende wetenschappelijke generatie zal deze uitdagingen met succes aan kunnen gaan.
Hoe de tienduizenden moleculen
via hun interacties het cellulaire functioneren bepalen is het onderwerp van de
moderne levenswetenschappen. nieuwe
richting in het natuurwetenschappelijk onderzoek, die als Systems
Biology internationaal furore maakt.
De complexiteit van de
interacties vereist de toepassing van wiskundigemathematische
en bioinformatische technieken. De subtiliteit van de interacties maakt het
noodzakelijk om de modernste biofysische en biochemische technieken toe te
passen (waar mogelijk in de levende cel zelf). zelf). Het
beoogde inzicht in het functioneren verlangt kwantitatieve celfysiologische
meetmethodes, terwijl de basis in functional genomics de moderne
moleculaire biologie and bioinformatica en celbiologie
van groot belang maakt. Momenteel
bestaat er in zowel het fundamentele als het toegepaste toponderzoek een groot
tekort aan de excellente ‘schapen met vijf poten’ die al de genoemde technieken
begrijpen, beheersen en kunnen aanscherpen. aanscherpen. De VU topmaster Biomolecular Integration richt zich op de eerste
specialiserende fase van de opleiding van
dit menselijk kapitaal.
Deze topmasteropleiding wordt niet georganiseerd vanuit de
normale onderwijsstructuur van de Vrije Universiteit (VU), maar direct door
het onderzoeksinstituut ‘Centre for
Research on BbioComplex
Systens’ (CRBCS), in samenwerking met het in oprichting
zijnde ‘CentrInstitute for Integrative
BioInformatics-VU’ (IBIVU). Deze
beide instituten zijn georganiseerd vanuit de faculteit der Exacte
Wetenschappen en de faculteit voor Aard en Levenswetenschappen van de VU maar zullen
zich uitstrekken tot delen van belendende faculteiten en het VU
medisch centrum (VU-MC).
Het CRBCS richt zich op biologische complexiteit
tussen het moleculaire en het cellulaire niveau, met extensies naar het multi-cellulaire
niveau van de quantitatievekwantitatieve
ecologie en de humane fysiologie, alsook naar de complexiteit in levenloze
materie. Het is een instituut van
wetenschappelijke groepen geselecteerd op basis van bewezen excellentie en
relevantie van wetenschapsgebied.
wetenschapsgebied. Het IBIVU munt uit door
integratie van goede wetenschappelijke groepen op het deelgebied van de
bioinformatica dat gegevenstromen van verschillende moleculaire niveauxniveaus
en disciplines integreert. De topmaster
'BioMmolecular
Integration/Systems
Biology' (MBI/SB) wordt aangeboden zal verzorgd
worden door vijf hoogleraren van het CRBCS en
een uit het IBIVU, met als eindverantwoordelijke de directeur
van het CRBCS.
Omdat deze opleiding zich richt op de top onder de
studenten worden ook de zes verantwoordelijke docenten primair op basis van
wetenschappelijke excellentie geselecteerd uit de CRCS en IBIVU hoogleraren.
Deze excellentie wordt afgeleid uit rapporten van visitatiecommissies van de
VSNU en adviezen van de buitenlandse deeltijdshoogleraren (zie onder). De verantwoordelijke docenten kunnen zich
slechts laten bijstaan door andere docenten die in hun toponderzoek
participeren. Aan de tweede eis van
goede didactische kwaliteiten zal aandacht worden besteed door gerichte
beoordelingen en bijscholing van deze docenten.
De strenge kwaliteitselectie onder de docenten zal
hiaten veroorzaken in wetenschappelijk expertise (in standaard
masters wordt dit opgevangen door docenten stof buiten hun eigen expertise
gebied te laten doceren of door minder excellente wetenschappers als docent op
te laten treden). In deze
topmasteropleiding worden deze hiaten in belangrijke mate opgevangen (zie
onder) maar in geringere mate gekoesterd.
Dit laatste dient om deze topstudenten te laten ondervinden wat
topwetenschappers ook ondervinden, te weten het continue vereiste om zelf via
literatuur en www te studeren. De grotere hiaten worden opgevangen door het aanstellen van
buitenlandse deeltijdhoogleraren elk voor 10 %, die onderwijs zullen verzorgen in expertise die
binnen het CRCS/IBIVU niet op hoog niveau aanwezig is. Deze hoogleraren hebben hun 90 % hoofdtaak
aan de 5 buitenlandse
zusterinstellingen (zie onder).
Een opleidingscomissie zal worden ingesteld met drie hoogleraren
uit het CRCS, een uit het
IBIVU, de twee onderwijsdirecteuren
van de twee faculteiten, drie studenten
en drie externe hoogleraren. De examencomissie zal bestaan uit drie CRCS hoogleraren, alsmede de vijf deeltijds
internationale hoogleraren (vergadeirngen zullen
deels via broad band internet geschieden).
De topmaster Biomolecular
Integration-VU zal worden georganiseerd in samenwerking met vijf op basis
van excellentie geselecteerdete selecteren
internationale wetenschappelijke topcentra. Model hiervoor staat de reeds door NWO-DFG gesubsidieerde binationale
onderzoekschool BioCentrum Amsterdam (waarin het CRCS participeerthet) en Graduierten Kolleg Berlin-Mathematische BioPhysik (onder leiding
van Prof. Reinhart Heinrich, Humboldt Universität, Berlijn), waarin nu reeds op AIO niveau gemeenschappelijk
onderwijs gegeven wordt. Uit
elk van deze vijf zusterinstituten wordtzal
een topwetenschapper worden aangesteld als 'internationale bijzonder deeltijdshoogleraar' bij het CRBCS met
als taken (i) het verzorgen van onderwijs in het topmaster curriculum en (ii)
het fungeren als externe examinator, adviseur en referent (zie onder).
De selectie van de vijf
zusterinstellingen zal zorgvuldig geschieden, op basis van wetenschappelijke
excellentie van die instellingen, alsook op basis van bereidwilligheid om op reciprokereciprokque basis te opereren en om de
kwaliteit van de opleiding van de VU studenten op verifieerbare wijze te
garanderen.
Deze
topmasteropleiding zal worden georganiseerd vanuit het CRBCS-VU maar in
samenspraak met de (UvA-VU) onderzoekschool BioCentrum. De studenten
van de topmasteropleiding zullen samen met samen met de promovendi/AIO’s van de onderzoekschool deel kunne nemen aan
verschillende activiteiten, zoals AIO-dagen, seminars, en retraites.
zullen deel
kunnen nemen aan de activiteiten van promovendi / AIO’s binnen de onderzoekschool. Zij zullen ook behandeld worden als kandidaat voor
het vervullen van dergelijke posities.
De topmaster Biomolecular
Integration/Systems Biology is de topvariant van de Geaccrediteerde
Masteropleiding Biomolecular Sciences van FALW-VUA. Deze topvariant bestaat naast de basisvariant van die opleiding,
en richt zich op de meer ambitieuze studenten uit deze stroom, die zich
explicieter willen richten op de biomoleculaire integratie, op de
systeembiologie en op het vlak tussen de exacte en de levenswetenschappen.
Studenten
die gaanderweg de topvariant te moeilijk vinden kunnen omschakelen op de basisvariant. Onder
begrijpelijke voorwaardes is een omgekeerde oversteek voor ambitieuze studenten
ook mogelijk.
De topvariant kent ‘selectie aan de poort’ (zie
onder bij de
paragraaf ‘Doelgroep, ingangseisen, selectie’) zoals een gemiddeld cijfer boven
de 7 voor het bachelorsdiploma, terwijl voor de basis variant alleen een geschikt bachelorsdiploma
kent. Ook is de studie van de
topvariant intensiever en meer multidisciplinair dan de studie van de basisvariant. De
topvariant leidt op voor het doen van promotieonderzoek van hoog niveau,
terwijl de basisvariant minder op de hoogte van dat niveau mikt.
Het diploma
van de topvariantopleiding zal vermelden:
cCum laude Master of
Biomolecular Sciences and
Topmaster
Biomolecular Integration / Systems Biology
Momenteel
wordt de mogelijkheid tot een vergelijkbare samenwerking met de master medische
natuurwetenschappen van FEW-VU
onderzocht.
Het tweejarige programma (23 maands, 120 ECTS) curriculum wordt is als
volgt opgebouwd:
-23 maanden (10 ECTS) inloopcursus
ter verwerving van de ‘andere’ basisdisciplines op batchelorniveaubachelorniveau. , af te
sluiten met een streng selectief examen. Deze cursus bevat het doorwerken van een
'reader', werkcolleges (tutorials), alsook het kort meelopen
met onderzoek (waarbij het bij het vak behorend 'gevoel' overgebracht
wordt). Oogmerk is om de natuurkunde-batchelornatuurkundebachelor
student voldoende courant te maken met de experimentele biologie, alsook de biologie-batchelorbiologiebachelor
student vertrouwd te maken met theoretische aspecten van de natuur-, schei- en
wiskunde. Tijdens de cursus wordt ook kort kennis gemaakt met
de verschillende onderzoeksgroepen binnen het CRBCS, en nagegaan of de
expertise van de student zich zal ontwikkelen tot een goede
basis voor de rest van het programma. Deze cursus
wordt afgesloten met een examen.
De resultaten Slagvanen voor dit examen dient als ingangscriteriumeis voor de topmaster Biomolecular Integration/Systems Biology. Bij goede resultaten wordt aangeraden de topvariant te volgen, bij voldoende resultaten de
basisvariant en bij onvoldoende resultaten wordt aangeraden de studie te heroverwegen. Indien dit examen niet gehaald wordt, kan de student overwegen om de basisvariant van Biomolecular Sciences te volgen.
A. 6 x 3 weken1 maand (6 x 4 ECTS) intensieve
cursus bij elk van de 6 verantwoordelijke kernlocale hoogleraren
(vijf te selecteren uit de CRBCS hoogleraren, plus een uit het Instituut voor Integratieve BioinformaticaIBIVU)
met als karakteristieke onderwerpen:
a.
.Biomolecular
dynamics (Van Grondelle et
al.)
b.
Single molecule biophysics and
biochemistry (nanobiology) (Schmidt et al.)
c.
Chemistry of complex biomolecules (Van der Vies,
Vermeulen et
al.)
d.
Molecular genetics in living cells (Lill et al.)
e.
Intracellular networks (Westerhoff
et al.)
f.
Integrative bioinformatics (Heringa,
Snoep et al.)
ultrafast space- and time- resolved spectroscopy
.single
molecule biophysics and biochemistry
.chemistry of
complex biomolecules
.molecular
genetics in living cells
.intracellular
networks
.integrative
bioinformatics
Elk onderdeel wordt afgesloten met een
deeltentamen.
B. - 1 maand maand (6 ECTS) intensieve
cursus waarbij de 5 internationale bijzondere deeltijdshoogleraren
doceren, en deze stof ook geexamineerdgeëxamineerd
wordt. Onder de onderwerpen die aan de orde komen
zijn: silicon cell, mathematical
modelling of cellular networks, single molecule fluorescence, essential
molecular dynamics.
Een cursus
van 5 ECTS waarin op
hoog niveau onderwezen wordt het:
·
bijhouden
van een labjournaal, volgens internationale normen
·
schrijven
van wetenschappelijke artikelen in goed Engels
·
maken
van posters
·
maken
van web pagina’s
·
geven
van mondelinge voordrachten
·
gebruik
van databases
A.
-22 maanden (11 ECTS) orientatie
op mogelijk wetenschappelijk onderzoek.
Hier zoekt de student individueel of groepsgewijs naar een
onderzoeksonderwerp dat zij/hij kan
gaan uitvoeren als stage (zie onder).
Dit wordt begeleid op individuele basis door de mentor/coach,
waarbij de student ook zelf ‘op pad gaat’ om de andere tophoogleraren te
interviewen, de literatuur te raadplegen, en de zusterinstituten electronisch
te bezoeken
(3 ECTS). Deze periode mondt uit
in twee
werkstukken die allebei mondeling verdedigd moeten worden (1 ECTS): (i) een
literatuuroverzicht aangaande het onderwerp in de vorm van een
minireview (4 ECTS), en (ii) een kort onderzoeksvoorstel te formuleren
als een ‘grant proposal’ (3 ECTS). Beiden wordenDit zal
beoordeeld worden op kwaliteit. Het onderzoeksvoorstel dient tenminste
bidisciplinair te zijn, en te mikken op een gecombineerde stage in twee
gastheergroepen, een aan het CRBCS, en een in een van de samenwerkende
internationale topinstellingen (of eventueel in
een andere topinstelling waarvan de onderzoeks- en opleidingskwaliteit
verifieerbaar is).
B. -0.5 maand (2 ECTS) om
onderzoeksvoorstellen van de andere studenten kritisch te analyseren en te
beoordelen
C. -8 maanden (41 ECTS) om
het onderzoeksvoorstel middels de dubbele stage uit te voeren.
D. -1 maand (5 ECTS) verslaggeving
in de vorm van wetenschappelijke
artikel
E. Halve maand (2 ECTS) wetenschappelijke
conferentie: De student wordt hier geconfronteerd met internationale
conferenties, bereidt een poster voor en is betrokken bij de organisatie.
en
-00.5 maand (3 ECTS; distributief)
om wetenschappelijke seminars in de gastheer instituten te volgen. Van 10elk
seminars
dient een kort kritisch verslag gemaakt te worden (zie ook onder), waarin een
aantal vragen opgeworpen wordt, die de student middels interactie met de
spreker beantwoord dient te krijgen.
De student
wordt hier geconfronteerd met internationale conferenties, bereidt een poster
voor en is betrokken bij de organisatie.
1 maand (6 ECTS) cursus
achtergronden moderne biomoleculaire wetenschappen en systeembiologie
(inclusief wetenschapsfilosofie, -sociologie, -ethiek,
maar focusserend op systeem biologie, emergentie-reductionsme-holisme, samenwerken
van disciplines, transgenetics, en een op basis van moleculaire werkelijkheid en experimentatie mede wetenschappelijk ondersteunde bestuurbare
samenleving, rol van het bedrijfsleven; met
internationale docenten)
-11 maand (5 ECTS) ter
voorbereiding en executie van een alomvattend eindexamen, af te nemen door een
van de internationale deeltijdhoogleraren van de opleiding. Dit examen zal de toetsing van de
afzonderlijke onderdelen (zie boven) niet zonder meer herhalen, maar toetsen
ofp de
mogelijkheid van de student om dde
verschillende onderdelen van de stof met elkaar in verband kante brengen. Een voorbeeld is het diepzinnig in verband
brengen van de cursorische delen van het programma met het stageonderzoek.
Dit curriculum is uniek in de
zin dat elk van de onderdelen uitsluitend voor de topmaster studenten gedoceerd
wordt. Er wordt gekozen voor onderwijs
door 'slechts' zes interne hoogleraren (5 uit het CRBCS en
een bioinformaticus uit het IBIVU, met hun directe wetenschappelijke asistenten),
omdat de voorkeur gegeven wordt aan intensieve persoonlijke interactie met een
beperkt aantal toponderzoekers boven kortstondige interactie met alle toponderzoekers. Het getal 6 is hier gekozen omdat hiermee
een optimum gevonden wordt tussen persoonlijke interactie en dekking van het
onderwerp
Een
seminarprogramma zal worden opgezet waarbij eens per twee maanden een internationale coryfee een lezing van 1.5
uur zal geven, die zij/hij vervolgens intensief zal bediscussiëren met alle
masterstudenten van de opleiding. Elke
student zal de coryfee tenminste twee wetenschappelijke vragen moeten
stellen. Van het antwoord zal de
student vervolgens kritisch verslag doen, waarin zij/hij ook de inhoud van het
seminar samenvat. Degenen die extern
stage lopen zullen via de broadband
intermet verbinding participeren.
De coryfee zal drie dagen op bezoek komen en gedurende die twee dagen
met alle tweedejaars topmasterstudenten individueel en in kleine groepjes
(eventueel via broadband internet) intensief over hun onderzoek discussiëren.
Tijdens
zijn stage zal elke student
participeren in de reguliere werkbesprekingen van de gastheergroep. Daarnaast zal zij/hij ook participeren in de
maandelijkse werkbesprekingen waarin elke stagestudent elke maand gedurende 15
minuten over zijn werk vertelt en dat werk ter discussie stelt. Op dezelfde dag zullen er ook drie vooraf
gelezen wetenschappelijke artikelen door alle studenten kritisch bediscussieerd
worden. Bij deze besprekingen zullen
tenminste twee topdocenten aanwezig zijn.
Hun functie hierin is goede en kritische discussie te katalyseren.
Tijdens de gehele
opleiding zal de student deel uitmaken van een zogenaamde studiegroep. Deze bestaat uit alle studenten die in
hetzelfde studiejaar zijn aangekomen, alsook uit de studenten van de
overeenkomstige opleidingen aan de buitenlandse zusterinstellingen. Deze studenten zullen elkaars stageplannen
bediscussiëren, en ook verder als elkaars vraagbaak fungeren. Het is de bedoeling dat ook na voltooiing van de
opleiding deze studiegroep zal blijven voortbestaan in een internationaal
netwerk.
Afhankelijk van de financiering van de student zal
de topmaster van 120 ECTS zich over 2.0 of 2.5 jaar
uitspreiden. Het tweede geval doet zich
voor wanneer de student 0.5 jaar onderwijsgevend (als studentassistent) bezig
is om in zijn inkomsten te voorzien. De
opleiding begint jaarlijks de eerste maandag van
september. Bijzonder goed geschoolde
studenten kunnen 2 maanden later beginnen. In bijzondere gevallen kan ook op andere
tijden in het jaar met de opleiding begonnen worden.
Tijdens
zijn stages zal elke student
participeren in de reguliere werkbesprekingen van de gastheergroep. Daarnaast zal zij/hij ook participeren in de
maandelijkse werkbesprekingen waarin elke stagestudent elke maand gedurende 15
minuten over zijn werk vertelt en dat werk ter discussie stelt. Op dezelfde dag zullen er ook drie vooraf
gelezen wetenschappelijke artikelen door alle studenten kritisch bediscussieerd
worden. Bij deze besprekingen zullen
tenminste twee topdocenten aanwezig zijn.
Hun functie hierin is goede en krtische discussie te katalyseren.
De studenten zullen tweeledige stages uitvoeren,
dus op twee locaties aan ééeen
onderzoeksprobleem werken, een binnen het CRBCSaan de VU en een in het buitenland. De begeleiding door de docenten hier
(wanneer de student elders stage loopt) en de begeleiding door de buitenlandse
codocent (wanneer de student in Amsterdam is), alsook de continue interactie
met de medestudenten, de mentor en de andere docenten zullen worden
gefaciliteerd door regelmatige werkbesprekingen b.v. via
een broad band internet verbinding.
In het veelvoorkomende geval dat de student
afkomstig is van een buitenlandse zusteropleiding, zullen grote delen van het
cursorische onderwijs ook op lange afstand gevolgd kunnen worden via dezelfde
verbinding (colleges/werkcolleges zullen via zo’n verbinding interactief in de
zusterinstituten te volgen zijn).
Verder zullen colleges en seminars die aan de zusteropleidingen gegeven
worden via deze verbindingen ook in Amsterdam te volgen zijn.
De cursustaal is
(Amerikaans-)Engels.
‘Bedrijfsleventochten’
zullen worden georganiseerd voor elke student halverwege het tweede
studiejaar. Hier zullen de studenten op
een bedrijfslocatie een presentatie over hun werk houden, alsook bloot gesteld
worden aan adviesvragen van mensen uit dit bedrijf. Elke student zal tenminste twee bedrijven op deze manier
bezoeken.
Het
wetenschapsgebied is bij uitstek trans- en interdisciplinair. Studenten zullen toestromen vanuit
verschillende bacheloropleidingen zowel van binnen de Europese Unie als
daarbuiten. Instroom vanuit de
wiskunde, informatica, natuur- en scheikunde, biochemie, biofysica, biologie,
medische natuurwetenschappen, en biomedische wetenschappen is beoogd. Deze diversiteit van instroom zal worden
gestimuleerd, om te komen tot een wetenschappelijke smeltkroes van
verschillende achtergronden die dan
leren om door intensieve samenwerking elkaar veel verder te brengen. Het toelatingscriterium is drieledig: (i)
bewezen excellentie in de bachelorfase van een van bovenstaande disciplines,
(ii) te bewijzen potentiële excellentie op het niveau van de andere
basisvakken, en (iii) bewezen diepgaande motivatie voor wetenschappelijk
toponderzoek.
Verificatie
van (i) zal geschieden op basis van een diploma van (a) de VU bachelor’s biologie, medische
biologie, medische natuurwetenschappen, scheikunde, natuur- en sterrenkunde,
wiskunde, of farmaceutische wetenschappen met gemiddeld cijfer hoger dan 7.5, (b) een bachelor programma
van een van de vijf internationale zusteropleidingen met vergelijkbare
vereisten, (c) een UvA bachelor in de Biologie/Biomedische wetenschappen,
scheikunde of WNS met gemiddeld cijfer 7.5
of hoger, (d) een vergelijkbare bachelor behaald aan een andere Nederlandse of
Europese
instelling (universitair/HBO) in
bovenstaande gebieden met gemiddeld cijfer 7.58 of
hoger, (e) iets dat aantoonbaar equivalent aan
bovenstaande is, of (f) een succesvol
toelatingsexamen. Om
het toelatingsexamen realistisch te maken, bestaat er een individueel vooropleidingtraject,
waarin hiaten in kennis worden opgespeurd en de stof nodig om deze hiaten op te
vullen, worden aangereikt.
Verificatie
van (ii) zal geschieden door een tweede examen dat 2 maanden na aanvang van de
topmasteropleiding zal moeten worden afgelegd, waarbij excellentie in alle
bovengenoemde basisdisciplines moet worden aangetoond. Bij falenhet niet helemaal voldoen aan voor dit tweede criterium staat de student de
mogelijkheid open om over te stappen naar een van de andere masteropleidingen
aan de VU (bv. die van de biomolecular sciences, biomedische wetenschappen of
de medische natuurwetenschappen).
Het derde
criterium zal gemeten worden middels een interview-examen na afloop van
de ‘portalphase’ waar twee topwetenschappers plus een psychologisch/didactisch
geschoolde bij aanwezig zullen zijn.
In de
aanvankelijke implementatie van deze topmasteropleiding zal een maximum van 15
studenten per jaar gehanteerd worden.
Dit zijn studenten die (i) gesolliciteerd hebben naar een plaats in de
topmasteropleiding, (ii) aan bovenstaande criteria voldoen, en (iii) tot de 15
besten behoren.
De opleiding
is een voltijdse, dwz hij kost twee volle jaren aan menselijke inspanning.
Indien er
goede redenen zijn om de opleiding in deeltijd over een dan
langere periode te volbrengen dan kan hiertoe in overleg getreden
worden met de directeur. Afhankelijk van goedkeuring
door de examencommissie kan dan tot een individueel studieplan gekomen worden.
Het komen tot
varianten waarbij topmasters aan excellente zusterinstituten gecombineerd
worden met onderhavige topmaster worden toegejuicht. De student kan zich op deze manier een
gecombineerde master aan twee Universitaire instellingen
verwerven. Ook hier behoort een plan te
worden goedgekeurd door de
examencommissie.
De eindtermen
van deze topmasteropleiding zijn die van de basisvariant van de Master’s
Biomolecular Sciences, met daarenboven de volgende:
·
Bewezen
uitmuntendheid
als
onderzoeker in de kwantitatieve levenswetenschappen en
systeembiologie
·
Bewezen
begrip van fysische, chemische en organisatorische principes van het leven
·
Bewezen
expertise met de meest moderne moleculaire en celbiologische technieken
·
Bewezen
expertise met de moderne begripsmatige en modelleer methodes voor de
biomoleculaire wetenschappen en systeembiologie
·
Inzicht
in de belangrijkste biomathematische, biofysische,
biochemische, biologische en biomedische onderwerpen
van dit moment en in hoe die aangepakt zouden kunnen worden
·
Inzicht
in wat biomoleculaire wetenschap,
systeembiologie en genomics kunnen betekenen voor de samenleving
·
Uniek,
excellent profiel op het vlak tussen de exacte wetenschappen en de
levenswetenschappen
·
Deelname
aan een locale en internationale groep van gelijkgestemde wetenschappers
Elke student
krijgt bij binnenkomst een van de 6 kernhoogleraren (zie boven)
als mentor/coach toegewezen.
Deze mentor spreekt de student minstens een keer per maand, neemt
persoonlijke problemen waar, alsook gebrek aan motivatie of kwaliteit. De groep van
15 studenten heeft tevens een algemene mentor (de mastercoördinator) die de
gemeenschappelijke problemen oplost (huisvesting, visa, ruzies, heimwee,
conflicten met de eigen mentor).
In november, februari en
mei van het tweede studiejaar zullen er een carrièreplanninggesprekken plaatsvinden tussen de
individuele student, zijn coach en de mastercoördinator. Hier zal nagegaan worden wat de carrièrewensen zijn van de
student voor na de master opleiding, en op welke wijzen die wensen
verwezenlijkt zouden kunnen worden. Contact
zal worden opgenomen met onderzoeksgroepen om na te gaan
of er eventueel plaatsing als promovendus in het vooruitzicht zou kunnen
liggen. Beursaanvragen zullen worden
voorbereid.
Voor studenten
die binnen komen vanuit een in de EU
behaalde Bachelor diploma en nog geen Masterdiploma behaald hebben, gelden de
standaard inschrijfkosten voor VU Masteropleidingen. Voor de overige studenten geldt voor het
aanvangsjaar 2004 een inschrijfgeld van 20 kEuro. Er is een beperkt aantal beurzen beschikbaar
specifiek voor studenten aan deze topmaster. Verder
bestaat er de mogelijkheid via student-assistentschappen aan inkomsten
te komen. Dit zal wel de
opleidingsduur verlengen.
De directeur
van het CRBCS fungeert ook als directeur van de topmaster. Hij wordt bijgestaan door een mastercoördinator die de meeste uitvoerende taken op zich neemt, en
aangesteld wordt door de directeur. De directeur legt aan het college van bestuur van
de vrije Universiteit verantwoording af over het ‘top’aspect van de
opleiding. Voor het voldoen van de opleiding aan de algemenere criteria voor master’s opleidingen, is de directeur verantwoording
schuldig aan de onderwijsdirecteur van de penvoerende faculteit (FALW) en diens collega van FEW. Prof. dr. H.V. Westerhoff en Dr. K. Krab (klaas@bio.vu.nl ) fungeren, respectievelijk, als directeur en coördinator van de topmaster BioMolecular
Integration/Systems Biology.
Het topmasterprogramma Biomolecular
Integration/Systems Biology is een interfacultair programma van de faculteiten Aard- en Levenswetenschappen
en Exacte Wetenschappen van de VU. Het programma is de topvariant van de
MSc-opleiding Biomolecular Science. Deze opleiding kent daarnaast het programma
Biomolecular and Cell Science. De
MSc-opleiding Biomolecular Science is ondergebracht bij de School of Life
Science van de FALW, de penvoerende faculteit.
Het Hoofd van de School of Life Sciences is, namens
het Bestuur van de Faculteit ALW, verantwoordelijk voor inhoud en kwaliteit van
de MSc-opleiding Biomolecular Sciences. Voor de topvariant daarvan, het
Masterprogramma Biomolecular Integration/Systems Biology is deze
verantwoordelijkheid gedelegeerd naar de directeur van het CRBCS, die tevens
het gezicht van het masterprogramma vormt en als feitelijk directeur van de opleiding fungeert. Hij wordt bijgestaan door een mastercoördinator die de meeste
uitvoerende taken op zich neemt, en aangesteld wordt op voordracht van de
directeur van het CRBCS.
De directeur van het CRBCS legt aan het college van bestuur van de vrije
Universiteit verantwoording af over het ‘top’aspect van de opleiding. Voor het
voldoen van de opleiding aan de algemenere criteria voor master’s opleidingen
en het beleid van de School of Life Sciences, is de directeur verantwoording schuldig
aan de onderwijsdirecteur van de penvoerende faculteit (FALW) en zijn collega
van FEW. Prof. dr. H.V. Westerhoff
(directeur CRBCS) en Dr. K. Krab (klaas@bio.vu.nl ) fungeren,
respectievelijk, als directeur en coördinator van de topmaster BioMolecular
Integration/Systems Biology.
Omdat deze
opleiding zich richt op de top onder de studenten worden zes excellente
wetenschappers aangesteld tot de kerndocenten van de opleiding. Deze kerndocenten kunnen zich slechts laten
bijstaan door andere docenten die in hun toponderzoek participeren. Aan de eis van goede didactische kwaliteiten
zal aandacht worden besteed door gerichte beoordelingen en bijscholing van deze docenten. Voor de eerste drie jaar van de opleiding
zijn de volgende kernhoogleraren van het CRBCS aangesteld: Prof. dr. S. van der
Vies, Prof. dr. H. Lill, Prof. dr. C. Schmidt, Prof. dr. R. van Grondelle,
Prof. dr. H.V. Westerhoff, aangevuld met Prof. dr. J. Heringa.
Bijzondere /
deeltijdhoogleraren zullen op voordracht van de internationale adviescommissie
worden aangesteld om onderwijs te verzorgen in expertise die binnen het
CRBCS/IBIVU niet op hoog niveau aanwezig is.
Deze zullen ook als mede-examinatoren fungeren. Deze hoogleraren hebben hun >90 %
hoofdtaak aan de samenwerkende buitenlandse zuster-topopleidingen.
De kwaliteit
van de opleiding op internationaal niveau zal worden gegarandeerd door het opvolgen
van de adviezen van een internationale adviescommissie. Deze zal bestaan
uit de leden van de International Advisory Board van het CRBCS, plus de deeltijdhoogleraren van de
zuster-topopleidingen.
De zes kerndocenten (de zogenaamde
kernhoogleraren) worden primair op basis van wetenschappelijke excellentie
geselecteerd uit de CRBCS en IBIVU hoogleraren. Deze selectie zal geschieden op voordracht van de
internationale adviescommissie. De
excellentie zal geëvalueerd worden middels rapporten van visitatiecommissies
van de VSNU, en internationale kwaliteitsindicatoren. Elke vijf jaar
zal de internationale adviescommissie de kwaliteit van de opleiding laten
evalueren door een site visit van universitair docerende
topwetenschappers.
De
internationale adviescommissie richt zich primaire
op het topkwaliteitsaspect van de opleiding.
De opleidingscommissie
bestaat uit de mastercoördinator (voorzitter), de directeur, de twee onderwijsdirecteuren van de twee
faculteiten (FALW en FEW), en vier studenten als
gewone, stemmende leden. De andere
kernhoogleraren van de opleiding fungeren als adviserende leden. De opleiding wordt elk jaar door de opleidingscommissie
geëvalueerd. Ook de mening
en vervolgcurricula/carrières van ex-studenten zullen worden beschouwd: Er zal worden bijgehouden waar de
uitstromers uit de opleiding terecht komen. Uit die uitstromers een peer group gevormd
worden, en van wie de carrière gevolgd zal worden.
De opleidingscommissie bestaat uit vier
(kern)docenten van de opleiding en vier studenten als gewone, stemmende leden.
De mastercoördinator is ambtelijk secretaris en vaste adviseur van de
commissie. De andere kernhoogleraren van de opleiding fungeren ook als
adviserende leden. De opleidingscommissie overlegt regelmatig (minimaal eens
per semester) met de twee onderwijsdirecteuren van de participerende
faculteiten (FALW en FEW). De opleiding wordt elk jaar door de
opleidingscommissie geëvalueerd, conform het evaluatie- en kwaliteitszorgbeleid
van de School of Life Sciences.
Bij de evaluatie van de opleiding zullen ook de
meningen en vervolgcurricula/carrières van ex-studenten zullen worden
beschouwd: Er zal worden bijgehouden waar de uitstromers uit de opleiding
terecht komen. Uit die uitstromers een peer
group gevormd worden, en van wie de carrière gevolgd zal worden.
Elke vijf jaar zal de opleiding voor
heraccreditatie worden voorgedragen aan de VNAO. Ter voorbereiding van deze
heraccreditatie en de daaraan gekoppelde visitatie zal een advies van de
internationale adviescommissie worden gevraagd gebaseerd op een site visit
van universitair docerende topwetenschappers.
De examencomissie bestaat uit de zes kernhoogleraren uit CRBCS en IBIVU, alsmede de deeltijds internationale
hoogleraren (vergaderingen zullen deels via broad
band internet geschieden), alsook de twee
onderwijsdirecteuren van de ondersteunende faculteiten, onder voorzitterschap van de directeur van de opleiding. De examencommissie is verantwoordelijk voor de
kwaliteit van alle examens van de opleiding,
alsook voor het bepalen of een student geslaagd of gezakt is voor deze examens. De
directeur van het CRBCS reikt de diploma’s uit.
De examencomissie bestaat uit de zes hoogleraren
van de opleiding, afkomstig uit CRBCS en IBIVU, en de groep van deeltijds
internationale hoogleraren (vergaderingen zullen deels via broad band internet geschieden), onder wie de directeur van het
CRBCS die q.q. als voorzitter van de examencommissie zal optreden. De
examencommissie overlegt minimaal eens per semester met het Hoofd van de School
of Life Sciences. De examencommissie
is verantwoordelijk voor de kwaliteit van alle examens van de opleiding, alsook
voor het bepalen of een student geslaagd of gezakt is voor deze examens. De directeur van het CRBCS/voorzitter van de
examencommissie reikt de diploma’s uit.
Kwaliteitscontrole
De ijking van de kwaliteit van
de opleiding op internationaal niveau zal worden gegarandeerd door het vijftal
deeltijdshooglaren die afkomstig zijn van de zustertopopleidingen. Deze zullen ook als mede-examinatoren
fungeren. De opleiding wordt elk jaar
door deze vijf deeltijdshoogleraren, door een onderwijsbureau, en door de
studenten geevalueerd. Elke vijf jaar zal de kwaliteit geevalueerd worden door
een site visit van geheel
onafhankelijke wetenschappers. Deze
zullen ookde mening en vervolgcurricula/carrieres van exstudenten beschouwen: Er zal worden
bijgehouden waar de uitstromers uit de opleiding terecht komen.
Websites: www.systembiology.net/topmaster (steeds bijgewerkte informatie) en www.falw.vu.nl voor
algemenere/formele informatie
E-mail: hw@bio.vu.nl graag
‘topmaster’ vermelden op de subject
regel
Telefonisch of
per post/fax:
Prof. dr. H.V.
Westerhoff
Directeur Topmaster
Biomolecular Integration/Systems Biology
CRBCS-VUA
De Boelelaan
1087
NL-1081 HV
Amsterdam,
The
Netherlands, EU
Tel: +31 20
4447228
Fax: +31 20
4447229
In de
aanvankelijke implementatie van deze topmastersopleiding zal een maximum van 15
studenten per jaar gehanteerd worden.
Dit zijn studenten die (i) gesolliciteerd hebben naar een plaats in de
topmasteropleiding, (ii) aan bovenstaande criteria voldoen, en (iii) tot de 15
besten behoren.
Elke student
krijgt bij binnenkomst een van de 5 CRCS hoogleraren (zie boven) als mentor
toegewezen. Deze mentor spreekt de
student minstens een keer per maand, neemt persoonlijke problemen waar, alsook
gebrek aan motivatie of kwaliteit. De
groep van 15 studenten heeft tevens een algemene mentor die de
gemeenschappelijke problemen oplost (huisvesting, visa, ruzies, heimwee,
conflicten met de eigen mentor).
Deze
topmasteropleiding zal worden georganiseerd vanuit het CRCS-VU maar in
samenspraak met de (UvA-VU) onderzoekschool BioCentrum Amsterdam, en in
samenwerking met het vijftal zusterinstellingen in het butienland.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|